Bij de dood van Cruijff

Het is amper voor te stellen, maar Johan Cruijff is dood. Misschien dat het zo had gemoeten, de Verlosser vlak voor Pasen overleden. Misschien niet. Cruijff speelde één seizoen voor Feyenoord, maar was al twee keer eerder dichtbij een transfer naar de club. Over de opmerkelijkste transfer uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis gaat dit verhaal, dat ik een paar jaar geleden schreef voor een boek dat nooit is gepubliceerd (wie weet in de toekomst alsnog, het manuscript ligt nog ergens in een kast).

Het is de opmerkelijkste transfer uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis: Johan Cruijff, Ajacied in hart en nieren, verruilde in 1983 De Meer voor De Kuip. Ajax voor Feyenoord. De grootste naoorlogse Ajacied die het wit-rood-wit van de Godenzonen verruilt voor het rood en wit van Feyenoord, daar aan de Maas bij Brienenoord. Maar al twee keer eerder was Cruijff dichtbij een overgang van Amsterdam naar Rotterdam.

Daar staat hij dan, aan de rand van het veld van De Kuip. Handen in zijn zakken, hoofd wat gebogen, in zijn kielzog een legertje fotografen en journalisten. Zesendertig jaar is hij. Het is 15 mei 1983, rond half zes, aan het eind van de middag. Johan Cruijff, oer-Ajacied, heeft zojuist een eenjarig contract getekend bij Feyenoord. De man die uitgroeide tot hét icoon van het zo succesvolle Ajax van begin jaren zeventig, speelt voortaan niet meer in wit-rood-wit van Ajax maar het rood-wit van Feyenoord.

Negentien jaar eerder. Terwijl Nederland langzaam losgeraakt van de beklemmende structuren van de verzuiling en jongeren zich beginnen te roeren, heeft Feyenoord de sportief tegenvallende jaren vijftig achter zich gelaten. Onder leiding van voorzitter Cor Kieboom en de managers Jo van Rikxoort, later opgevolgd door Guus Brox, de eerste betaalde manager, heeft de club vanaf halverwege de jaren vijftig een metamorfose ondergaan, die er uiteindelijk in resulteert dat Feyenoord in 1961 haar eerste landskampioenschap sinds 1940 behaald. Een aanval met Henk Schouten, Cor van der Gijp en Coen Moulijn bestormt Europa. Tienduizenden supporters reizen mee naar Antwerpen als de club in december 1962 een beslissingswedstrijd tegen het Hongaarse Vasas Boedapest nodig heeft om de kwartfinale van de Europa Cup 1 te bereiken. Feyenoord leeft als nooit tevoren.

Kieboom en Brox speuren in 1964 de Nederlandse velden af naar nieuw talent. Bij een training van het Nederlandse jeugdteam op de KNVB-velden in Zeist valt hun oog op een opvallend voetballertje. Technisch onnavolgbaar, snel, iedere tegenstander achter zich latend. Zijn naam? Johan Cruijff. Zeventien jaar, junior bij aartsrivaal Ajax. Maar wat maakt het uit? Zes jaar eerder haalde het illustere duo ook al Ajax-keeper Eddy Pieters Graafland naar Feyenoord. Waarom nu het grootste talent van de Amsterdammers niet? In de drang naar succes is geen plaats voor heilige huisjes.

Feyenoord blijft Cruijff volgen. Tijdens een jeugdtoernooi in Engeland wordt in het geheim een afspraak gemaakt met de jonge aanvaller. Bij terugkeer met de boot aan het vaste land zal Feyenoord’s tussenpersoon, ene Vermeulen, Cruijff opwachten en naar Rotterdam brengen, om met Kieboom, Brox en de technische commissie te onderhandelen over een contract. Maar Ajax-bestuurslid Martin Bremer krijgt lucht van de interesse en staat ook op de kade. Cruijff stapt bij Bremer in de auto en debuteert niet veel later in Ajax 1, waar hij in korte tijd uitgroeit tot een clubicoon en een van de beste spelers van de Nederlandse velden – ondanks zijn jeugdigheid.

Begin jaren zeventig, Cruijff heeft zich inmiddels gevestigd als voetballer, blijkt de opvolging van de succesvolle Ove Kindvall een zware opgave. Brox en Dingeman Kardux, lid van de commissie betaald voetbal, praten in Zürich met de Duitse topspits Gerd Müller. Hij wil wel naar Rotterdam komen, maar alleen voor een geldbedrag dat voor Brox en Kardux meteen reden is huiswaarts te keren. Onbetaalbaar, ergo, onhaalbaar. Ook Jan Mulder, de spits van Nederlandse spits Anderlecht, komt niet. Brox en Couwenberg denken een akkoord te hebben met Anderlecht-preses Constant Vanderstock, maar die laat prompt wekenlang niks van zich horen. Als het duo uit ellende naar Brussel rijdt, krijgen ze te horen dat het nog steeds allemaal goed komt. Een dag later tekent Mulder voor bijna het dubbele van het afgesproken bedrag tussen Feyenoord en de Belgen bij Ajax.

En ook de Duitser Jurgen Grabowski, op het WK van 1970 in Mexico basisspeler van Duitsland, als rechtsbuiten, komt niet. Rondom een oefenwedstrijd tegen een combinatie-team van Eintracht Frankfurt, de club van Grabowski, en Kickers Offerbach onderhandelt Feyenoord met zijn manager. Er wordt een akkoord bereikt, Feyenoord zal zo’n zeshonderdduizend Duitse Mark overmaken naar Eintracht. Maar dan lekt de aanstaande transfer uit. Ook de spelersgroep krijgt er lucht van en onder leiding van Theo Laseroms en Rinus Israel wordt er in de oefenwedstrijd alles aan gedaan Grabowski weg te houden uit Rotterdam. De spits wordt van alle kanten geschopt, de Feyenoorders “hoeven die mof niet”. Die conclusie trekt ook Grabowski zelf, die na de wedstrijd laat weten toch maar niet naar Rotterdam te komen. Hij voelt zich er als Duitser niet welkom.

Ook een andere Duitse spits haakt af. Horst Koppel, spits van Borussia Mönchengladbach, is in eerste instantie akkoord gegaan met een voorstel van Feyenoord. 250.000 gulden, per seizoen. Tijdens een oefentrip van het West-Duitse elftal raken Koppel en Grabowski aan de praat. Met klem adviseert de laatste Koppel niet naar Rotterdam te gaan. Ze hebben het er niet op Duitsers. Prompt laat Koppel via zijn manager weten geen interesse meer te hebben in Feyenoord.

Geen Müller, geen Grabowski, geen Mulder en ook de Peruaan Perle Téofilo Cubillas en Pool Wlodi Lubanski niet – Cruijff misschien wel? Het is slechts een paar maanden nadat Feyenoord zich tot beste club van de wereld mocht kronen – Kindvall is nog steeds spits en een vertrek lijkt niet nabij – als Guus Brox in een woning van een vriend in Breda de Amsterdamse juwelier Cor Koster ontmoet. Koster is tevens zaakwaarnemer van Johan Cruijff, topspits van Ajax. Een paar dagen eerder heeft Cruijff bij Ajax zwart-op-wit de garantie gekregen voor 1,2 miljoen gulden naar een buitenlandse club te mogen verkassen.

Koster heeft een idee. Als Feyenoord de spits koopt, via een constructie met een buitenlandse club, en Cruijff vervolgens na een half jaar naar Rotterdam haalt, heeft het haar nieuwe topspits binnen. Brox is verrast door het voorstel, maar besluit erin mee te gaan. Waarom niet? Cruijff heeft bewezen een geweldige voetballer te zijn die bovendien makkelijk scoort – tot dan toe 125 goals in 154 competitiewedstrijden – en zou sowieso een versterking zijn, waarmee bovendien geanticipeerd wordt op het hoe dan ook toekomstige vertrek van Kindvall.

Op 5 februari 1971 ontvangt Ajax een aangetekende brief van het Belgische Waregem. De club laat weten geïnteresseerd te zijn in Cruijff en de vraagprijs van 1,2 miljoen gulden te kunnen voldoen. In werkelijkheid zitten Brox en Koster achter het briefje. Feyenoord is akkoord met Cruijff: hij tekent een zevenjarig contract, gaat 125.000 gulden per jaar verdienen, plus handgeld van 500.000 gulden. Via een Belgische bankrekening betaalt Feyenoord de transfersom en een half jaar salaris aan Waregem, om vervolgens in de winter van het seizoen 1971/72 Cruijff naar Rotterdam te halen.

Dan komt Barcelona uit Spanje om de hoek kijken. De regel dat Spaanse clubs geen buitenlandse voetballers mogen contracteren ligt onder druk, Barcelona verwacht dat er in de nabije toekomst een einde aan komt. En dan nog, desnoods zetten ze Cruijff enkel in tijdens galawedstrijden. Rondom een vriendschappelijke wedstrijd tussen Feyenoord en Barcelona komen Koster namens Cruijff, Caraben namens Barcelona, en Gerard Kerkum, Fred Blankemeijer en Brox namens Feyenoord bijeen in Het Witte Paard in Rotterdam. Ze bereiken een akkoord: Barcelona koopt Cruijff voor 1,2 miljoen gulden en verhuurt hem vervolgens aan Feyenoord.

Kort daarna, op 17 februari, stuurt Caraben een brief aan Feyenoord: “We hebben het onderwerp bestudeerd, maar er bestaat niet de geringste aanduiding die op een wetswijziging voor buitenlandse voetballers zou duiden. We kunnen ons niet verbinden tot een transactie die eerst op zeer lange termijn tot een gunstige ontknoping zou leiden”.

En weer gaat de transfer niet door. Feyenoord verwacht nu dat Cruijff de constructie met Waregem een ja-woord gaat geven, maar dat blijft uit. De Amsterdamse journalist Anton Witkamp heeft kennis genomen van de constructies en het schimmenspel dat Feyenoord en Koster spelen en seint Ajax-voorzitter Jaap van Praag in. Die is resoluut: Cruijff mag niet vertrekken. Op 23 juni 1971 tekent Cruijff een nieuw, zevenjarig contract bij Ajax. Rest de vraag, althans bij Brox, of Cruijff en Koster wel werkelijk openstonden voor een transfer naar de rivaal, of dat ze de constructie en constellatie gebruikten om druk uit te oefenen op Ajax om met een verbeterd contract te komen.

Hoe dan ook, aan het begin van het seizoen 1971/72 staat Kindvall nog steeds onder contract – geen Cruijff, geen Müller en ook geen Mulder – en zijn bovendien de Hongaar Attilla Ladinsky en ADO-spits Schoenmaker aangetrokken. Ladinsky imponeert nimmer, Schoenmaker wel, maar is verre van een Europese topper. Mede door het mislukken van de Cruijff-transfer ontstaat het Kindvall syndroom: de eeuwige last op de schouders van Feyenoord-spitsen om uit de schaduw van de Zweedse topschutter te stappen. Het is voor critici het zoveelste bewijs van het falende transferbeleid van Feyenoord en het onvermogen een werkelijke vervanger voor Kindvall aan te trekken laat diepe sportieve sporen na in de loop van de jaren zeventig; zo goed als met de Zweed werd het nooit meer.

De jaren zeventig verlopen na het afscheid van Coen Moulijn in 1972 (zie hoofdstuk …) maar matig voor Feyenoord. Op de winst van de UEFA Cup in 1974 en het landskampioenschap in datzelfde jaar valt er weinig te vieren. Matige spelers, zelden scorende spitsen, een stadion dat langzaam leeg loopt maar vooral bestuurlijke ruzies en rancune zorgen ervoor dat de club eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, in zwaar water is gekomen. De splitsing tussen de amateurs (de sportclub) en de profs (de stichting) zorgt letterlijk voor een diepe scheuring in de club. De amateurs wilden in 1978 niet langer de lasten van de profs dragen en zetten aan tot een splitsing. Gerard Kerkum en Fred Blankemeijer, betrokken bij de beleidsgroep betaald voetbal, vinden dat de van Go Ahead Eagles aangetrokken directeur Peter Stephan de erfenis van de succesvolle manager Brox in rap tempo verkwist. In werkelijkheid was de ellende eind jaren zestig al begonnen, maar hoewel Stephan symptoom van een groter probleem was, werd hij voor velen symbool van alles dat mis ging bij Feyenoord.

Diezelfde Kerkum wordt in 1982 gepresenteerd als de nieuwe voorzitter. Hij moet de rust terugbrengen en de relaties tussen de twee takken van de club normaliseren. Halverwege zijn tweede jaar als voorzitter wordt Kerkum plots gebeld. Cor Koster aan de lijn. Of Feyenoord misschien interesse heeft om Johan Cruijff te halen. Natuurlijk, zegt Kerkum, maar geld voor een lucratief contract is er niet. Toch worden de onderhandelingen geopend. Ook Paris Saint Germain en Standaard Luik hopen de eeuwige nummer 14 te contracteren.

Maar waarom wil Cruijff zo graag naar Feyenoord? Wat heeft de oer-Ajacied op Zuid te zoeken? Kort daarvoor is hij nog door een volle Kuip uitgefloten tijdens de afscheidswedstrijd van Willem van Hanegem. En in 1981 weigerde hij nog een verzoek om bij een toernooi in Milaan voor Feyenoord uit te komen, als gastspeler, terwijl mede-Ajacieden Ruud Krol en Arie Haan wél het rood en wit van de rivaal aantrokken. Duidelijk is dat Cruijff en Coster rancuneus zijn. Zijn laatste jaar bij Ajax is slecht verlopen. Te weinig wedstrijden, ruzie over een nieuw contract en zijn salaris; wil Ajax zijn sterspeler eigenlijk nog wel?

Een paar jaar eerder is Cruijff eigenlijk al gestopt met voetballen, maar zakelijkse missers dwingen hem tot een return. Een rentree, in Amerika (Los Angeles Aztecs en Washington Diplomats) en later Spanje (Levante), en een lucratief contract bij Ajax, waar hij grote delen van de recettes ontvangt, brengen de voormalig topvoetballer in financieel betere tijden. Maar het kan altijd beter.

Na een nieuw conflict over een nieuw contract bij Ajax denkt Cruijff opnieuw aan stoppen. Hij heeft inmiddels zijn eigen merk voetbalschoenen en vindt het wel mooi geweest. Zesendertig jaar, prima leeftijd om te stoppen. Goed, nog één wedstrijdje dan, de afscheidswedstrijd van Willem van Hanegem, de andere sterspeler in het grote Oranje van 1974, in De Kuip. Het elftal dat negen jaar eerder bijna wereldkampioen werd voetbalt tegen het Feyenoord-team, waar Van Hanegem zijn laatste jaren weer voetbalde. Wim Jansen, de oer-Feyenoorder die een jaar eerder zijn carrière afsloot bij Ajax en daar een ijsbal voor op zijn oog kreeg van het Legioen, haalt Cruijff op in Vinkeveen. Een paar jaar eerder heeft Jansen Cruijff al overgehaald naar de Washington Diplomats te komen, nu blijkt hij opnieuw een bruggenbouwer. Cruijff en Jansen raken wat aan de praat over het gezeik bij Ajax. Is Feyenoord geen mooie club voor Cruijff? Het is al negen jaar geleden dat de Coolsingel voor het laatst volstroomde voor het vieren van een landstitel en de nummer veertien kan het verschil maken, denkt en zegt Jansen.

Het idee zet Cruijff aan het denken. Hoewel hij tegen de afscheidswedstrijd wordt uitgefloten door honderden Feyenoord-supporters, geeft hij Koster opdracht contact op te nemen met Feyenoord. Een overgang naar de eeuwige rivaal, en het liefst ook een kampioenschap, moet dé ultieme wraak zijn richting Ajax-voorzitter Ton Harmsen.

Met Feyenoord wordt al na twee gesprekken een contract overeengekomen voor één jaar. Sponsors, verenigd in de Vrienden van Feyenoord, spelen een belangrijke rol in zijn komst. Omdat Feyenoord geen geld heeft om zijn salaris van anderhalf miljoen gulden per jaar te betalen, wordt Cruijff betaald op basis van de recettes. Voor elke bezoeker boven de 22.000, het gemiddelde het jaar daarvoor, krijgt hij vijf gulden, en bij internationale wedstrijden ontvangt hij zelfs een kwart van de netto recette. De komst van Cruijff moet het publiek weer naar De Kuip trekken. In de vroege jaren tachtig komen er vaker dan eens maar vijftienduizend mensen naar het stadion – niet veel voor een tempel met plaats voor ruim vijfenzestigduizend toeschouwers. Cruijff moet daar verandering in brengen. Bovendien mag er voortaan gerookt worden in de kleedkamer. Alles om de nieuwe ster tevreden te stellen.

In het seizoen dat Cruijff voor Feyenoord speelt wint de club eindelijk weer prijzen. Eerst kampioen, vlak daarna de beker. In korte tijd vindt hij zichzelf twee keer terug op de Coolsingel. Feyenoord behaalt slechts drie punten meer dan een seizoen eerder, maar scoort wel veel vaker: de tweeënzeventig goals in het seizoen 1982/1983 zijn er een seizoen later liefst zesennegentig. Is het het Cruijff-effect? De nummer tien, het nummer veertien is voor een reservespeler, voert na de 8-2 nederlaag tegen Ajax, volgens Voetbal International het gelijk van Ton Harmsen”, wat tactische omzettingen door. Feyenoord gaat aanvallender voetballen, vaak zonder centrumspits, maar met een versterkt middenveld. Na de winterstop stroomt Stanley Brard, die in het tweede vaak speelt als linksback, door naar de positie van Pierre Vermeulen, linksbuiten. Het levert Feyenoord veel kritiek op, maar het werkt allemaal wel: na de pijnlijke nederlaag tegen de eeuwige rivaal verliest Feyenoord dat seizoen geen wedstrijd meer.

Echt populair wordt Cruijff echter nooit in Rotterdam. Hij houdt het Rotterdamse talent Mario Been, een kind van de club, op de bank, wordt er gezegd. Hij is arrogant en een betweter. Als Been op een dag de betekenis van een – zelfverzonnen – woord aan Cruijff vraagt, begint hij uitgebreid te vertellen over de definitie ervan. Hij zou bovendien teveel invloed binnen de club hebben. En waarom moest verdediger Brard zo nodig op aandringen van Cruijff de populaire linksbuiten Vermeulen vervangen? Als zijn naam op de lichtkrant in het stadion staat, klinkt er steevast wat gefluit. Maar sportief laat Cruijff zien het niveau nog aan te kunnen. Natuurlijk, na elke wedstrijd ligt hij twee dagen lang op de massagetafel van fysiotherapeut Dick van Toorn, maar op zondag staat hij er weer. Hij trekt zo’n zevenduizend supporters extra naar het stadion, een stijging van bijna vijfentwintig procent, maar vervreemdt ook velen van de club. Het aanzicht van Cruijff in het rood en wit van Feyenoord 1 is voor veel supporters reden genoeg De Kuip even links te laten liggen. Cruijff in het gele uitshirt, dat gaat nog wel, maar hem in eigen Kuip toejuichen? Dat gaat te ver.

Aan het einde van het zo succesvolle seizoen 1983/1984 wordt duidelijk dat Cruijff’s avontuur in Rotterdam bij één seizoen blijft. Ondanks hoop van voorzitter Kerkum op een langer verblijf, speelt Cruijff op 13 mei 1984 zijn laatste competitiewedstrijd voor Feyenoord en in het betaalde voetbal, thuis tegen PEC Zwolle (2-1 winst). Hij krijgt een staande ovatie en gaat op de schouders, daarna volgt de eenzame gang door de spelerstunnel, enkel gevolgd door een cameraman. In de kleedkamer doet hij zijn sokken uit, haalt het tape van z’n enkels en steekt een sigaret op.

Na het competitieseizoen volgen nog wat oefenwedstrijden: tegen Antwerp (4-3 winst), in Indonesië wordt van de nationale topamateurs van Mandala met 5-0 gewonnen, twee assists van Cruijff, en van het Britse Queens Park Rangers met 3-0. Daarna reist men door naar Turijn, waar gelijk wordt gespeeld tegen Torino; 1-1. Tijdens een afscheidswedstrijd in Volendam tegen de plaatselijke FC mag Cruijff thuisblijven; Willem van Hanegem maakt een rentree in een bizar duel, dat Feyenoord uiteindelijk met 6-5 wint.

Een jaar later maakt Cruijff een eenmalige comeback bij Feyenoord. Op een woensdagavond in maart speelt de club in Saudi-Arabië een oefenwedstrijd tegen Al-Ahli, dat die avond afscheid neemt van wat spelers. Feyenoord is door prins Khaled uitgenodigd, maar onder één voorwaarde: dat Johan Cruijff meespeelt. Dat doet hij, maar in de eerste helft voor de thuisploeg. In de tweede helft draagt Cruijff zo’n tien maanden na zijn afscheid als voetballer dan weer het rood en wit van Feyenoord. Zonder succes, en hij wordt al snel gewisseld voor een andere oud-Ajacied, Johnny Rep. Op het kunstgras van het stadion in Jedda verliest Feyenoord met 2-1.

In de jaren na zijn vertrek bij Feyenoord blijft het punt van discussie. Hoe groot was Cruijff’s invloed op Feyenoord nou werkelijk, tijdens dat ene seizoen? De dubbel van dat seizoen had Feyenoord aan Cruijff te danken, wordt er vaak gezegd. Ondanks zijn tactische invloed is dat echter een te makkelijke conclusie. Ivan Nielsen, de Deense verdediger, het grote talent Ruud Gullit, de prima aanvallers Pierre Vermeulen en Andrej Jeliazkov, André Hoekstra, het talent Mario Been; Feyenoord had een goed team. Toch was hij volgens Aad van der Laan, in 1984 bestuurslid bij de club, Cruijff onmisbaar. Een onmisbare schakel die het hele elftal beter liet spelen, beschrijft hij hem later.

Na dat ene seizoen wordt alles snel minder bij Feyenoord. De toeschouwersaantallen dalen weer, het spel wordt minder en de financiële en bestuurlijke problemen steeds groter. Weinig doet meer denken aan dat succesvolle jaar. Johan Cruijff die de dubbel won met Feyenoord, het was zijn ultieme wraak op Ajax.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s