Vast in het verleden, verdrinkend in valse verwachtingen

Zestien jaar ga ik nu naar De Kuip. Het waren niet de beste jaren om op te groeien met Feyenoord. Tweeëntwintig jaar ben ik, maar de laatste landstitel is een vage herinnering die vooral door videobeelden een leven speelt in mijn hoofd. De UEFA Cup van 2002; de dvd zag ik talloze keren, de prijs nooit. Mijn enige houvast is de KNVB Beker uit 2008. Die zág ik, in De Kuip en op de Coolsingel, op een maandagochtend in een verder verlaten Rotterdam.

Vaak ging het slecht, maar dat hoorde er dan bij. Een tussenseizoen, of een overbruggingsjaar, ging dat heten. Dat woord hoorde ik voor het eerst in het seizoen 2003/2004. Na een paar speelronden bungelde Feyenoord ergens in de middenmoot, en chaos vulde mijn hart en mijn hoofd. Hoe kon dit? Hier hoorde de club niet. Maar dan nog: ooit zou het goed komen.

Toen Feyenoord een seizoen later ondanks miljoeneninvesteringen in de selectie met een straatlengte achterstand eindigde op kampioen PSV; het zou wel weer goed komen. Toen Feyenoord in de play-offs thuis vernederd werd door Ajax en de Kuip langzaam leep liep maar wij bleven zitten, want zo hoort dat zei m’n vader, voelde ik de pijn. Dirk Kuyt huilde en ik ook, maar alles zou ooit goed komen. Na die nacht in Nancy, het geklungel met Charisteas en Kolkka in datzelfde seizoen; ergens brandde er licht. Toen Gert-Jan Verbeek ook niet de nieuwe Messias bleek en Feyenoord in de winterstop boven de degradatiestreep hing; ach, met een nieuwe trainer zou alles wel goed komen. De 10-0 in Eindhoven, de donkerste dag, waren we murw geslagen, maar het team was jong en talentvol, en het zou wel weer goed komen.

Bij elke tegenslag, en God wat waren het er veel, geloofde ik dat er ergens licht was aan het einde van de schier oneindige tunnel, dat er ergens een betere tijd gloorde, met een titel en trots. Als het een jaar slechter ging, of twee achter elkaar, dan verwierp ik artikelen in kranten en tijdschriften dat Feyenoord geen topclub meer was. Wel nee, dacht ik dan: we hebben het stadion, de supporters, de jeugdopleiding en de geschiedenis. Ooit komt het wel weer goed. Het verzachtte de pijn wat.

Maar dit seizoen voel ik steeds vaker en steeds feller dat het niet goed gaat komen. Dat dit onze bestemming is: dat we ergens zweven tussen de derde en pakweg zevende plaats, gedreven door valse hoop en utopische verwachtingen, met af en toe een uitschieter naar plek twee. Dat de Coolsingel een vervlogen droom is die vooral in stand wordt gehouden door de mythes over de oh zo rijke geschiedenis van de club. Dat de nieuwe Kindvall nooit zal komen, de nieuwe Happel onhaalbaar is.

Structureel hobbelt Feyenoord al meer dan veertig jaar achteruit. Soms is er een kleine opleving met wat kleine successen, maar het is allemaal zo vluchtig als de wind en zo kwetsbaar als een prille lente die hoopvol opkomt maar wordt verstoord door een brute winterstorm.

Waarom ik steeds meer en vaker voel dat het niet goed komt, heeft ook te maken met de concurrenten. PSV en Ajax zijn financieel niet in te halen door Feyenoord, tenzij een rijke Arabier of Chinees de club koopt, maar die rent vermoedelijk al gillend weg als hij de eigenaars-structuur van de club ziet. Ze zijn innovatiever, vernieuwender, gaan meer mee met de eisen van de tijd, vóóruit. Ze hebben betere trainingscomplexen, opleidingen die op veel gebieden verder zijn, verwachtingen die realistisch zijn. Verwijt me cynisme of naargeestigheid, maar welke reële handvaten hebben we om te geloven dat we op korte en middellange termijn PSV en Ajax kunnen bijbenen?

Feyenoord staat stil, houdt halsstarrig vast aan schimmen uit het verleden, kijk maar, tóén ging het goed. We luisteren liever naar een oude crack die uitlegt dat ze toen en toen gewoon keihard werkten voor hun geld, dan naar experts die ons vooruit kunnen helpen. We kijken liever terug dan vooruit, deels therapeutisch, ongetwijfeld, en verheerlijken middelmaat zolang er maar wel een stap extra gezet wordt op het veld. De eeuwige cultivering van het lijden, alsof dat een deugd is die bij het supporterschap hoort, begint me de keel uit de hangen. Ja, leuk, wéér een seizoen lachen om onze eigen tranen en Giphart-achtige boeken die schrijven dat het lijden toch zo bij Feyenoord hoort, maar het blokkeert onze geesten en de vooruitgang. De club, niet zo zeer specifieke personen maar meer de common sense die ons denken als Feyenoorders beheerst, zit vast in verheerlijking van een verleden dat steeds verder weg is, en steeds minder te bereiken en bekijkt de toekomst daarom met argwaan en afgunst. Terend op het verleden verdrinken we in onrealistische verwachtingen en valse hoop.

En inderdaad, dat verleden is veel mooier dan het heden. Maar voor het eerst heb ik dit seizoen steeds vaker het idee dat ze ook veel mooier is dan de toekomst.

Deze verscheen eerder op Feyenoordnet.nl

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s