Gio: clubman wordt hoofdtrainer

Hij kroonde zich tot de grootste Feyenoorder in het moderne tijdperk door als basisspeler van Barcelona in de zomer van 2007 terug te keren naar De Kuip. Giovanni van Bronckhorst ademt al veertig jaar Feyenoord. Hij was jeugdspeler, talent bij het eerste, basisspeler, routinier, aanvoerder, assistent-trainer. Vanaf volgend seizoen is hij hoofdtrainer. Een volgende stap in het leven van een Feyenoord-legende. Maar wat kunnen we van de trainer Van Bronckhorst verwachten?

Giovanni van Bronckhorst schreef als basisscholier ooit met veel creativiteit een verhaal. Het ging over ‘Jantje de Boer’, een jongetje dat profvoetballer wilde worden én slaagde. “En het leukste is, die Jantje de Boer ben ik”, eindige het. Hij kreeg gelijk.

De ‘Jantje de Boer’ die Gio is begon op zesjarige leeftijd met voetballen bij LMO. Hij valt op. Als zijn ouders te laat uit woonplaats Krimpen aan de IJssel zijn weggereden, en Gio daarom te laat op het voetbalveld aankomt, klappen de ouders en medespelers als hij, in wedstrijdtenue, het veld op komt rennen. Gio scoort, en veel. Hij is de uitblinker van het team.

Het is tijd voor een stap omhoog. Als de kleine Giovanni en vader Victor zich op de open dag van Feyenoord aanmelden om mee te mogen voetballen, gebeurt er iets vreemds. Ze blijken een brief van hun club te moeten hebben, maar die ontbreekt. De man achter de inschrijftafel kijkt op en haalt een andere trainer erbij. Dan blijkt: Giovanni van Bronckhorst is allang gescout en mag bij Feyenoord komen voetballen. Niettemin volgt een gang langs de ballotagecommissie. Als zij vragen waarom hij graag bij Feyenoord wil voetballen, antwoordt Giovanni: “Omdat mijn vader zei dat ik dan later lekker veel naar het buitenland kan”.

Ook bij Feyenoord valt Giovanni op. Hij doorloopt vanaf de E-jeugd alle opleidingsteams en wordt als C-junior doorgeschoven naar de B1. Het is ergens rond die tijd als Co Adriaanse, hoofd jeugdopleiding bij Ajax, contact opneemt met de familie Van Bronckhorst. Of Gio niet bij Ajax wil komen voetballen, met jongens als Patrick Kluivert en Clarence Ceedorf, die de linksbenige middenvelder kent van de nationale jeugdteams. Gio twijfelt er niet over. Hij heeft zijn hart dan allang aan Feyenoord verpand.

Toch komt het enkele jaren daarna al bijna tot een binnenlandse transfer. In de persoon van technisch manager Kees Ploegsma heeft PSV zich gemeld bij vader Victor, tevens zaakwaarnemer. Ze praten met elkaar. Van Bronckhorst geldt bij Feyenoord als een groot talent, maar komt amper aan spelen toe. PSV is bereid meer dan één miljoen gulden te betalen, naar verluidt de vraagprijs van Feyenoord. Maar Feyenoord weigert. Gio blijft bij Feyenoord.

Doorbraak

Na zijn debuut in 1993 duurt het echter nog even voordat hij definitief doorbreekt in De Kuip. Er is een succesvolle uitleenbeurt aan RKC Waalwijk, waar de technische linkspoot een grote rol speelt in handhaving in de Eredivisie, voor nodig om trainer Willem van Hanegem definitief te overtuigen van zijn kunnen. De relatie tussen de twee is aanvankelijk moeizaam. Van Hanegem stoort zich aan het gepingel van de twintiger op de training, en dreigt hem zelfs weg te sturen. Op trainingen schreeuwt hij naar het talent dat hij harder moet werken. In Hand in Hand reageert Van Bronckhorst verrassend volwassen: “Ik ga ervan uit dat de trainer zoiets zegt om me te prikkelen en dat ik nog iets meer mijn best moet doen om me te bewijzen. Nou, dat zal ik hem laten zien ook”. De twee groeien naar elkaar. Van Bronckhorst begint de discipline van De Kromme te begrijpen, en langzaam ook te waarderen. In 2000 zegt hij tegen Sportweek: “Wat Johan Cruijff voor veel spelers heeft betekend, zo’n rol heeft Wim van Hanegem voor mij gespeeld”.

Bij Feyenoord ontgroeit Van Bronckhorst de Eredivisie. Hij speelt halverwege de jaren negentig vooral als aanvallende middenvelder, die zijn goede techniek combineert met een geweldig schot in zijn linkerbeen. In 1998 volgt een verrassende overstap naar Glasgow Rangers. Achttien miljoen gulden ontvangt Feyenoord voor haar jeugdproduct, een record. Het verbaast Van Bronckhorst, wereldtalent die altijd met beide benen op de grond staat en zich enkele jaren eerder nog verbaasde dat hij ‘zomaar’ een Opel Calibra van de club kreeg, terwijl zijn vrienden er jaren voor moesten sparen.

Ogenschijnlijk is de stap van de top van de Eredivisie naar de top van de Schotse Premier League geen grote sprong voorwaarts, maar hij maakt hem bewust. Schotland is bovendien een bewuste tussenstap naar de Europese top, weet Van Bronckhorst. De grote clubs die in 1998 al lonkten komen later vast nog wel eens. Het is in Schotland dat de technicus leert te bikkelen. Onder trainer Dick Advocaat schuift hij in het veld wat terug: hij wordt linkshalf, soms linksback.

Naar de internationale top

Die grote clubs komen inderdaad. In 2001 volgt Arsenal, met voetbalprofessor Arsene Wenger als trainer. De twee jaren in Londen vallen echter tegen. Van Bronckhorst is veel geblesseerd, speelt te weinig. Het is ook in die jaren dat hij definitief als linksback gaat voetballen. Dat de band met Arsenal maar matig is, en Feyenoord de club van zijn leven is, blijkt op 8 mei 2002. Van Bronckhorst, geblesseerd, zit niet in Manchester, waar zijn Arsenal kampioen wordt, maar in Rotterdam, waar zíjn Feyenoord de UEFA Cup wint.

Na twee tegenvallende jaren staat Van Bronckhorst op een kruispunt in zijn carrière: teruggaan naar Nederland, waar PSV en Feyenoord interesse hebben, of toch nog een buitenlands avontuur? De linksback is achtentwintig, wil nóg meer prijzen pakken, de absolute top bereiken. Dat lukt. Barcelona belt, waar de Nederlander Frank Rijkaard in Van Bronckhorst een sterkhouder ziet. Giovanni wordt in Catalonië Gio, de rustige jongen van weleer wordt zelfs (reserve-)aanvoerder. In Barcelona beleeft Gio de succesvolste en mooiste jaren van zijn voetballoopbaan. Hij wint alles wat er te winnen valt. In 2006 staat hij samen met zijn maatje Henrik Larsson met de Champions League-bokaal in zijn handen. “De beste linksback van de wereld”, noemt de dan nog jonge Lionel Messi hem later dat jaar.

Het is ook in Barcelona dat Van Bronckhorst zich voetballend het meest op zijn gemak voelt. In de jaren daarvoor heeft hij met Van Hanegem, Advocaat en Wenger verschillende trainers voor zich gehad: Van Hanegem en Advocaat gedisciplineerd, Wenger ook, maar tactisch geavanceerder. Het voetbal bij Arsenal is goed, maar ook boring en ogenschijnlijk defensief. In Barcelona voelt hij zich thuis in het aanvallende voetbal van Rijkaard en diens grote nadruk op positiespel en plezier. Veel balcontacten, tik-tik-tik; “als je zó kan voetballen, dat is geweldig”, merkt hij op in VI.

In Barcelona wordt Van Bronckhorst een wereldvoetballer. Hij leert er de elite van het internationale voetbal kennen, wordt vrienden met spelers als Lionel Messi en Carlos Puyol en krijgt een internationale statuur als topspeler. Het maakt de terugkeer naar Feyenoord in 2007 nog mooier: een topvoetballer, nog maar tweeëndertig jaar oud, keert terug naar de club waar zijn hart nooit is weggeweest en en passent neemt hij andere Nederlandse toppers als Roy Makaay en Kevin Hofland met zich mee. Gio hoopt op het kampioenschap, maar vindt zich uiteindelijk terug op de Coolsingel met de KNVB Beker in zijn handen.

Drie jaar na zijn terugkeer stopt hij definitief met voetballen. De drie seizoenen hebben sportief niet gebracht wat hij, en iedereen, hoopte toen hij in juli 2007 terugkeerde. Eén beker, maar geen kampioenschap, en een steeds grotere achterstand op de concurrentie. Gio valt het niet kwalijk te nemen. Als aanvoerder neemt hij zijn team bij de hand, probeert hij in crises, zoals bij het vertrek van trainer Gertjan Verbeek in januari 2008, de eenheid te bewaren. Een jaar later neemt hij het initiatief om collectief af te zien van wedstrijdpremies, om zo mee te helpen aan de bezuinigingen die Feyenoord doorvoert. Jonge spelers als Leroy Fer en Georginio Wijnaldum lopen met hem weg. “Hij draagt dezelfde kleding en luistert dezelfde muziek”, zegt laatstgenoemde in 2010 tegen Sportweek. “Ik denk dat hij een hele goede trainer wordt”

Toptrainer Gio?

Dat zal nu moeten blijken. Zeker is dat Van Bronckhorst als trainer amper ervaring heeft. Hij stond een jaar aan het roer als coach van Jong Feyenoord/Excelsior, maar dat mag amper hoofdtrainerschap genoemd worden; er was geen vaste trainingsgroep en werd wekelijks in wisselende samenstellingen gespeeld. Toch is de stap naar het hoofdtrainerschap voor Gio een logische volgende stap. In het laatste jaar van Ronald Koeman kregen hij en Jean-Paul van Gastel al steeds meer verantwoordelijkheid op het trainingsveld. Dit seizoen speelt hij onder Fred Rutten bovendien een grotere rol dan voorheen in de tactische voor- en nabesprekingen.

Het wordt interessant om te zien tot wat voor type-trainer hij zich ontwikkelt. Van Bronckhorst is diplomatiek, rustig, maar heeft mede door zijn grote carrière een grote autoriteit bij jonge spelers. Hij vindt zichzelf geen leiderstype, genoot wel van de relatieve rust die hij bij Barcelona had; journalisten waren vooral geïnteresseerd in Ronaldinho, maar heeft geen moeite met nette woorden en een lach zijn altijd doordachte en verstandige verhaal te doen voor een camera. Het rustige deelt hij met Wenger, “één van de beste coaches die ik heb meegemaakt”, de noodzaak van discipline leerde hij van Van Hanegem.

Tactisch lijkt hij een discipel van Josep Guardiola, de beste clubtrainer van het moment, bij wie hij in München en Barcelona meerdere keren in de keuken keek om zich te scholen in Guardiola’s meesterlijke positiespel, het type voetbal dat Gio al zo waardeerde aan Rijkaard. Hij mag dan geen ervaring hebben als hoofdtrainer, maar zijn ervaring met werken onder toptrainers en met zich scholen in de tactiek van het topvoetbal maken van hem wel een potentiële toptrainer.

Maar niet alleen daarom is het mooi dat Van Bronckhorst trainer wordt van Feyenoord. Het is ook

de symboliek van het jongetje dat zich op zevenjarige leeftijd aanmeldde bij Feyenoord, doorgroeide tot basisspeler in De Kuip, internationaal topvoetballer werd en daarna aanvoerder van Feyenoord 1. Het is “Jantje de Boer” die zijn droom leefde, die zich in de voetbaltempels in Londen, Glasgow en Barcelona thuis voelde maar nooit zo thuis als in De Kuip. Het is de wereldgozer die als basisspeler van Barcelona terugkeerde naar Feyenoord omdat hij, na een dramatisch jaar, vond dat het anders, beter, moest. Die drie jaar later met tranen in zijn ogen afscheid nam als voetballer en toen zei voortaan “hand in hand, met jullie” op de tribune te zitten. De nieuwe Mister Feyenoord.

Dát is Giovanni van Bronckhorst, onze nieuwe trainer.

Dit artikel verscheen eerder in de april-uitgave van Hand in Hand

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s