Het succes van Feyenoord zit in de liefde op Varkenoord

Nabij de cornervlag van veld vier op Varkenoord staan drie mannen te discussiëren. Voor hun neus speelt Feyenoord A2 een zware wedstrijd tegen de A1 van FC Volendam. Het Andere Oranje is sterker, heeft grotere spelers en pakt uiteindelijk in de slotfase de overwinning. De drie mannen schudden hun hoofd voor een seconde, en gaan dan verder met hun discussie.

Wim Jansen, 68, Jan Boskamp, 66, en Joop van Daele, 67, kennen elkaar al het grootste deel van hun leven. Ze speelden in totaal meer dan zevenhonderd Eredivisie-wedstrijden voor Feyenoord. Ze trokken in de voetbalreis die hun leven is geweest de hele wereld over. Japan, Schotland, België, Saudi Arabië – waar niet? Maar altijd kwamen ze terug naar hier, naar de velden waar hun voetbalroots lag en hun hart nog steeds ligt. Hier, in de schaduw van het stadion waar ze hun beste wedstrijden speelden.

Wim Jansen droomde er als kind van om ooit voor Feyenoord te mogen spelen. Hij groeide op in de straten waar ook Coen Moulijn de bal ontdekte, nabij de Bloklandstraat, in Rotterdam-Noord. Als kind belde Jansen soms aan bij Moulijn, vroeg om een handtekening en begon dan te blozen. Net als Moulijn verkoos hij het rood en wit van Feyenoord, op Zuid, boven het blauw en wit van Xerxes, de gebruikelijke club voor talentvolle voetballertjes uit het noorden van de stad. En nadat hij als aanvoerder van de A-jeugd Feyenoord kampioen had gemaakt, maakte hij de overstap naar de andere kant, naar De Kuip. Daar speelde hij eindelijk met Coen Moulijn. In 1970 wonnen ze samen de Europa Cup 1.

Zo’n honderd meter verderop ondertussen staat Maup Martens met een jongetje te praten. Het trainingspak van het jochie is te groot, de broekspijpen slepen bijna over de grond. Wim Jansen en Martens waren even oud toen ze in 1956 lid werden van Feyenoord en in de jeugd gingen voetballen. Maar waar Jansen Feyenoord 1 haalde, was dat voor Martens een stap te ver. Hij werd jeugdtrainer, was later assistent van Willem van Hanegem bij het eerste, en is nu senior scout. Net als de functienaam van Wim Jansen (“begeleider technische staf”) dekt het de lading niet; het werk van de twee is zoveel meer dan “begeleider” of “senior scout”.

Op een regenachtige dondermiddag, enkele uren voordat Feyenoord geschiedenis schreef door van Sevilla te winnen, stond Martens voor m’n neus te praten met drie andere jeugdtrainers. Voor ons trainde de B-jeugd van Feyenoord. Jan Boskamp was er ook. Als hij sprak, waren alle jeugdspelers stil. Martens discussieerde met de drie trainers over tactieken, over spelers, over handelingssnelheid. Ze waardeerden wat ze voor zich zagen – en ik ook.

Het succes van de jeugdopleiding van Feyenoord wordt vaak toegeschreven aan geweldige jeugdtrainers als Gaston Taument, Cor Adriaanse en Damiën Hertog. Dat is terecht, want zij zijn vaak een uithangbord voor de club en opleiding. Maar achter hen staat een grote groep stille krachten die minder vaak voor de camera’s en in kranten staat. Het zijn mensen als Boskamp, Van Daele, Jansen en Maup Martens, maar ook spelersbegeleider Jan Mastenbroek, zonder wie het Zweedse talent Mans Herrmann vermoedelijk niet naar Feyenoord was gekomen. Het zijn mensen als Jeffrey Oost, de jeugdtrainer die ook alweer decennia op Varkenoord talenten beter maakt.

Het zijn mensen als Taument, Adriaanse, Hertog, Boskamp, Van Daele, Jansen, Martens, Mastenbroek en Oost die elders op de wereld kapitalen kunnen verdienen met hun kennis, maar zich al jaren wegcijferen voor Feyenoord. Ze volgden hun hart en werken voor de club waar ze als kind van droomden. Ze zagen dozijnen aan spelers en trainers voorbijkomen bij Feyenoord 1; passanten. Maar zij bleven.

Het succes dat een voetbalclub heeft wordt vaak toegedicht aan beleid en bestuurders. Dat klopt, natuurlijk. Maar het is de clubliefde die je op Varkenoord vindt, waar het clubkapitaal, dat later voor miljoenen aan grotere clubs wordt verkocht, wordt voorbereid, die essentieel is in de terugkeer van Feyenoord de laatste jaren. Beleid wordt in kantoren gemaakt, maar wat een club uiteindelijk sterk en succesvol maakt is de onvoorwaardelijke liefde van hen die er werken. Leve Feyenoord en Varkenoord.

Deze column verscheen eerder op Feyenoordnet.nl

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s