In de boeken: De Geschiedenis van Feyenoord, deel 1: de Oertijd 1908-1921

Het is niet vaak dat een boek over de geschiedenis van een voetbalclub de geschiedschrijving opbreekt en verandert. Schrijvers, op zoek naar betrouwbare verhalen die de clubgeschiedenis kleuren, komen vaak bij elkaar uit. Dat ene verhaal, over die ene speler die op die ene dag zus en zo deed, komt in vrijwel alle reeds verschenen boeken voor, dus zal het wel waar zijn. Toch?

Jan Oudenaarden (1943) breekt met die lijn. Twintig jaar lang werkte hij aan een historisch onderzoek naar de oertijd van Feyenoord. Twintig jaar lang reisde hij door stad en land, zwoegde hij zich door archiefstukken in gemeentelijke archieven die al decennia niet meer waren aangeraakt. Samen met beeldredacteur Paul Groenendijk (1962), die tientallen zolders van nazaten van vroege Feyenoorders doorspitte op zoek naar unieke foto’s, wilde hij breken met de mythes over de ontstaansgeschiedenis van Feyenoord, breken ook met de verhalen die met elk boek dat gepubliceerd wordt net iets mooier en romantischer worden. Dat hij in zijn missie geslaagd is bewijst het geweldige boek De Geschiedenis van Feyenoord, deel 1: de Oertijd 1908-1921.

Het boek begint met een lange voorgeschiedenis. Het ontstaan van Rotterdam-Zuid als deel van Rotterdam wordt geschetst, als ook de sociale geschiedenis. Rotterdam-Zuid wordt door de overkant, de stadsdelen aan de andere kant van de Maas, ook wel de boerezij genoemd. Dat komt door de grote toestroom van migranten uit Brabant in de negentiende eeuw, die op Zuid werk, inkomen en een bestaan hopen te vinden. De populatie groeit in rap tempo.

Dat leidt er ook toe dat er vanaf eind negentiende eeuw tientallen voetbalclubjes opgericht worden. Ze bestaan vaak uit amper elf mannen, vergaan even snel als ze ontstonden, of fuseren onderling. Enkelen overleven wat langer, spelen in de competitie van de Rotterdamse Voetbalbond (RVB), zoals het in 1888 in Rotterdam-Zuid opgerichte Sparta, maar toch; het voetballeven op Zuid wordt gekenmerkt door vergankelijkheid.

Het is in deze context dat Oudenaarden bijzondere ontdekkingen doet. Lang werd aangenomen dat Feyenoord in 1908 opgericht werd door een groepje opgeschoten jongens, op zoek naar wat vertier, wiens vader als timmerman bovendien de doelpalen timmerde. Het is een enorm geromantiseerd verhaal, waarvan Oudenaarden de historische ontwikkeling laat zien. Al in het prachtige gedenkboek dat bij het 25-jarig bestaan van de club in 1933 wordt uitgegeven is dit het officiële verhaal. Dat wordt later in andere boeken overgenomen, en is een geheel eigen leven gaan leiden: niemand twijfelde tot voor kort meer dat Feyenoord wellicht ook op een andere manier ontstaan had kunnen zijn.

Oudenaarden laat zien dat dit juist wel het geval is. Hoe romantisch het verhaal over de doelpalen ook is, de timmerende vader van één der club-oprichters was al vóór de oprichting op 19 juli 1908 overleden. Twintig jaar historisch onderzoek, naar alle familiestambomen van de vroege Feyenoorders, naar de sociale geschiedenissen van families, maar ook naar de andere voetbalclubs op Zuid, betaalt zich hier uit tot een veel genuanceerdere ontstaansgeschiedenis, die ik hier niet ga verklappen, daar is de manier zoals Oudenaarden hem opschrijft veel te mooi en waardevol voor.

Los van deze opengebroken en verbeterde ontstaansgeschiedenis, is het boek ook een geweldige gang langs vrijwel alle wedstrijden die Feyenoord tussen haar ontstaan in 1908 en de promotie naar de Eerste Klasse van de NVB in 1921 speelde. Het is meer dan een opsomming van uitslagen en soms, als bekend, doelpuntenmakers; Oudenaarden haalt er verhalen bij uit oude clubkranten van tegenstanders (Feyenoord had zelf tussen 1912 en 1917 geen cluborgaan, wat dit tijdperk tot voorheen een vrij onbekend terrein maakte voor clubhistorici). In die verhalen komen spelers voor, eerbetonen aan het harde werken maar ook soms mooie spel, maar ook supporters. Zo zijn er de verhalen waarbij “honderden zo niet duizenden” Feyenoorders al in de jaren tien meereisden naar bijzondere uitwedstrijden. En hoe het veld aan het Afrikaanderplein door uitsupporters soms gemeden werd: de Feyenoord-supporters zouden te gevaarlijk zijn. Misschien klopte dat ook wel; in 1914 moesten spelers en supporters van het Vlaardingse Fortuna door een regen van stenen “en zooi en sinaasappelschillen” huiswaarts na een wedstrijd.

Al met al schetst Oudenaarden een geweldig en breed tijdsbeeld van Feyenoord in haar vroege jaren, juist ook omdat hij het in de bredere sociale geschiedenis van Rotterdam-Zuid plaatst. Het historische onderzoek is knap. Elke speler die meevoetbalde werd door Oudenaarden nagetrokken: beroep, familie, straat en verdere carrière als voetballer.

Het is deze combinatie, die van unieke clubgeschiedenis die Oudenaarden als eerste opschrijft, bredere sociale geschiedenis en context en ongelooflijk veel historisch onderzoek, die het boek tot het meest complete en correcte boek over de (vroege) geschiedenis van Feyenoord maakt. En voor wie niet kan stoppen met lezen is er goed nieuws: in het najaar van 2015 volgt een eveneens circa driehonderd pagina’s tellend boek over Feyenoord in het interbellum, een jaar later volgt het slot van de trilogie met een boek over de club tijdens en na (tot de invoering van het betaalde voetbal) de Tweede Wereldoorlog.

We kijken ernaar uit.

De Geschiedenis van Feyenoord, deel 1: de Oertijd 1908-1921 – Jan Oudenaarden
320 pagina’s – verschenen november 2014
Hardcover – 24,95 euro – Verkrijgbaar in onze eigen webshop

Deze recensie verscheen eerder op In de Hekken

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s