Fred Rutten, voetbalrevolutionair?

Een spits die als centrale verdediger speelt, een aanvallende middenvelder die als rechtsback wordt geposteerd, een andere middenvelder die rechtsbuiten moet staan en een rechtsback die ook op de rechterflank gezet wordt; is Fred Rutten een beetje gek, of een futuristische trainer?

Het was een beetje vreemd, de opstellingen en wissels van Fred Rutten de laatste weken. Tegen Standaard Luik kwam Wessel Dammers, vorig seizoen topscorer van de A1, in het veld als verdediger. Tegen PSV stond Luke Wilkshire, rechtsback van beroep, als rechtsbuiten opgesteld. Het leidde tot de gebruikelijke kritiek op internet: Fred Rutten snapt er niks van, wat een idioot, wie heeft die man aangesteld, moeten we nou echt álles uitleggen?

Nee, dat hoeft niet. Het is interessant hoe Rutten durft te schuiven met spelers. Zo moest Rick Karsdorp, opgeleid als aanvallende middenvelder, zich gaan richten op de rechtsbackpositie. Dat was deels uit nood geboren, maar ook omdat Rutten spelers wil ontwikkelen. Toch lijkt er ook meer aan de hand te zijn dan alleen dat. Vorige week zei Rutten dat hij, samen met zijn assistenten, werkt aan een speelwijze waar Feyenoord “jaren mee vooruit kan”.

Dat zal neerkomen op: pressievoetbal, snel combinatiespel, ver opgeschoven verdedigers en twee buitenspelers die eigenlijk geen buitenspelers zijn. Op dat laatste kenmerk na hoor ik u denken: is dat niet gewoon de veelgeroemde Hollandse School? 4-3-3, druk zetten, op balbezit spelen? Ja en nee. Rutten’s tactiek zal er ongetwijfeld op geïnspireerd zijn, maar gaat veel verder dan het gebruikelijke, dan het veel gepredikte.

Neem Jens Toornstra, opgeleid en groot geworden als middenvelder, maar door Rutten als rechtsbuiten opgesteld. Een klassieke buitenspeler zoals Ruben Schaken, met het krijt aan de schoenen, is hij niet. Hij komt naar binnen, zwerft over het middenveld, en duikt dan weer achter de linksback van de tegenstander op. Het lijkt een beetje op de rol die Thomas Müller bij Bayern München vertolkt. Raumdeuter, noemt hij het zelf; een speler die de ruimte opzoekt, moeilijk te verdedigen is. Luke Wilkshire verving de geblesseerde Toornstra tegen PSV en NAC en, hoewel minder gevaarlijk, laten zijn heatmaps, waarop je kan zien waar hij zich zoal op het veld bevond, zien dat hij de Toornstra-rol goed invulde: Wilkshire zwierf over heel het veld.

In zijn boek Universality – The Blueprint for Soccer’s New Era schrijft de Engelse jeugdtrainer Matt Whitehouse dat de toekomst van het voetbal ligt in universaliteit: spelers zijn niet meer gebonden aan één positie en één rol, maar kunnen overal spelen. Spelers zijn wat in de Renaissance homo universalis heette: universele voetballers. Geïnspireerd door het totaal voetbal werkte Pep Guardiola dit principe uit, met als grootste verschil dat voetballers niet enkel heel kort even de positie van anderen overnemen, maar er ook werkelijk kunnen spelen, hele wedstrijden. Bij Bayern heeft hij zijn succes van Barcelona verder ontwikkeld, met een super vloeiende tactiek en spelers die op meerdere posities en in meerdere rollen kunnen spelen.

Het lijkt erop dat dit principe van universaliteit niet aan Fred Rutten voorbijgegaan is. Als één van de weinigen in Nederland haakt hij nu al aan bij internationale ontwikkelingen, zoals het laten spelen van spelers op ongebruikelijke posities Dat leidt tot verwarring bij de tegenstander, die zich geen raad weet met Jens Toornstra, en misschien ook bij spelers. Maar bovenal leidt het tot een tactiek en team dat voorloopt op de rest. Tegen PSV, met een zwervende buitenspeler Luke Wilkshire, had Feyenoord in de eerste helft constant een man extra vrij. Of neem Karim El Ahmadi, die zwerft over het middenveld, dan weer een aanvaller uitschakelt en tien seconden later diep staat en scoort. Of neem Jordy Clasie, een moderne verdedigende middenvelder, zoals Busquets bij Barcelona en Matic bij Chelsea. Het universalistische voetbal gaat om permanente rotatie tussen spelers die de ruimte opzoeken. Tegen PSV was dat in de eerste helft goed te zien.

Een paar maanden geleden waren jeugdtrainers van Feyenoord op bezoek bij Bayern München, het walhalla van het voetbal van de toekomst. Ze zullen er ongetwijfeld over universaliteit gehoord en geleerd hebben. Een paar dagen later namelijk stelde Roy Makaay, trainer van de A1, ineens een aanvallende middenvelder op als verdedigende middenvelder, die in de praktijk bovendien regelmatig als rechtsback functioneerde. Dat was wennen voor de speler zelf, maar ook voor de tegenstander, die niet wist hoe erop te reageren.

Met het risico doordrenkt van blind makende clubliefde te schrijven, concludeer ik dat Feyenoord, langzaam, nog niet te veel, het voetbal van de toekomst speelt. Misschien maakt dat van Fred Rutten dan een beetje een revolutionair.

Deze column verscheen eerder op Feyenoordnet.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s