Hoe Feyenoord Europa ontdekte

Nog zo’n anderhalve week en dan voetbalt Feyenoord in Turkije tegen Besiktas een beslissende wedstrijd in de voorronde van de Champions League. Het zou wel eens mooi zijn, deelnemen aan dat kampioenenspel tussen de grootmachten. Real Madrid, Manchester City, Feyenoord – aardig rijtje. Europese wedstrijden zijn anno 2014, zo ongebruikelijk en ongewoon als ze inmiddels zijn voor Feyenoord, spektakels geworden. Net als in de jaren twintig en dertig, toen Feyenoord haar eerste internationale tegenstanders trof.

Bertus Gauke kijkt wat verdwaasd om zich heen. Het bestuurslid van Feyenoord ontwaakt op een bed in een hotelkamer in het Zlata Husa (letterlijk: Gouden Gans) hotel, ergens in Praag. Erg deftig, ook nogal duur voor een arbeidersclub als Feyenoord. Het is nog vroeg in de morgen, amper een paar uur nadat hij z’n bed instapte. Wat een avond was het. Champagne in het Astoria (erg duur). Leuke danseressen in het ‘Sekt-Pavilion’ (erg vriendelijk). Geweldige stad (erg mooie vrouwen). En ook best een aardige oefenwedstrijd (erg goede tegenstander, dat Slavia Praag).

Het is 1932, Feyenoord maakt met de trein een tour door Centraal Europa. Eerst Wenen, dan Praag, tot slot Berlijn. In Wenen wordt gevoetbald tegen de Wiener Sportklub, in tegenstelling tot Feyenoord een club met profvoetballers – hoewel enkele Feyenoord-voetballers via hun baan bij ondernemingen van bestuursleden ook wel eens een extra enveloppe met geld krijgen. 9-3 verlies, teleurstellend. Daarna wordt doorgereisd naar Praag, waar spelers, begeleiding en bestuur de tijd van hun leven hebben. Bestuurslid L.J. (Bertus) Gauke beschrijft in het septembernummer van cluborgaan De Feijenoorderminutieus hoe de avonden eruit zien. Champagne, wijn en bier drinken in dansclubs, eventueel met een “leuke Praagse vriendin”, de volgende dag voetballen. Ook in Praag wordt verloren: Slavia is met 6-0 te sterk. Afsluitend voetbalt Feyenoord nog in Berlijn tegen Minerva. Gauke wordt opgezadeld met de vrouw van een bestuurslid van de Duitsers. “Een gezellig dikkertje”, schrijft hij. In Berlijn, amper een jaar voordat Hitler er de macht grijpt, wint Feyenoord dan weer wel, 1-3, maar verliest het speler Bart Wursten, die met een bloedvergiftiging en gezelschap van Gauke, die hem dagelijks van fruit en sigaretten voorziet, nog enkele dagen achterblijft in Berlijn.

Het zijn bijzondere verhalen uit een bijzondere tijd. Bestuursleden die in geuren en kleuren in het cluborgaan over hun nachtelijke avonturen verhalen, spelers die vol trots vertellen over hun dronkenschap, een vrouw van een bestuurslid van de tegenstander die “gezellig dikkertje” wordt genoemd; het is ondenkbaar in een tijd waarin elke uitlating, elk gesproken en soms zelfs ongesproken woord van een trainer, speler of clubbestuurder onder de loep wordt genomen en als het even kan zwaar bekritiseerd door zwaarlijvige tv-analisten met een geflopte voetbalcarrière.

Dat de Feyenoorders zo uit hun dak gingen in Europa (klinkt bekend), is niet zo heel vreemd. Voor veel voetballers waren de internationale trips die Feyenoord in de jaren twintig en dertig maakte hun eerste en enige contacten met andere landen, andere volkeren, andere tegenstanders.

Dat begon in 1922, toen Feyenoord, een jaar eerder gepromoveerd naar de hoogste klasse van de NVB, werd uitgenodigd voor deelname aan de Coupe Dupuich in Brussel, een toernooi georganiseerd om een in 1906 overleden, twintigjarig voetbaltalent te herdenken. De twee wedstrijden, tegen Racing Leopold Combinatie en Sports Généraux, een omniclub uit Parijs, gaan allebei verloren, maar de overwinning is dat Feyenoord zich, hetzij langzaam, internationaal begint te vestigen.

Dat was voor de Nederlandse topscheidsrechter Marcus Boas, de Björn Kuipers van zijn tijd, in datzelfde jaar maar enkele maanden later, het is inmiddels juli, reden om wat Europese grootmachten naar het krappe veld aan de Kromme Zandweg te halen. Net als de arbiter is het Tsjechische Teplitzer FC op doorreis naar Zuid-Amerika voor wat wedstrijden en ze zijn best bereid ook in Rotterdam te voetballen. Immers: zoals gebruikelijk bij wedstrijden die de grenzen overschrijden staat er een banket gepland – een welkome vulling van lege, geproletariseerde magen van de Tsjechische voetballers. Rotterdam-Zuid loopt uit en duizenden mensen zien Feyenoord via Adriaan Koonings op voorsprong komen, maar uiteindelijk winnen de Tsjechen tamelijk gemakkelijk met 2-5. “Het spel van de Tsjechen was werkelijk superieur”, wordt in het clubblad opgemerkt.

In de jaren die volgen voetbalt Feyenoord regelmatig over de grens of ontvangt het buitenlandse elftallen. Dat zijn meer dan eens sportief ongelijke gevechten. De amateurs van Feyenoord voetballen tegen profs uit Oostenrijk, Tsjechië, regelmatig betaalde Belgen. Betere clubs, professioneler, succesvoller. Ondanks dat loopt de Kromme Zandweg keer op keer vol, tot in de bomen en dakranden aan toe. Iedereen wil Puck van Heel, King Koonings, Kees Pijl en Bertus Bul zien voetballen. Feyenoord is een wereldclub in eigen buurt.

Het voetbal is veranderd, en zo is Feyenoord. Nog vijf dagen, dan zullen, net als tweeëntachtig jaar geleden, de straten van Rotterdam-Zuid zich vullen met een grootse massa, op weg naar haar tempel. Toen op weg naar de Kromme Zandweg, nu naar De Kuip. Toen voorafgaand aan wedstrijden tegen ploegen waartegen verlies vooraf duidelijk was, nu tegen een club die we kunnen hebben. Maar met dezelfde clubliefde als toen.

Deze column verscheen eerder op Feyenoordnet.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s