Ode aan Ronald Graafland

Zaterdag debuteerde hij. Vijfendertig jaar oud, een leven lang derde keeper. Een ode aan Ronald Graafland.

 

Drie jaar oud was ik toen ik voor het eerst in De Kuip een wedstrijd zag. Het was op het internationale jeugdtoernooi dat Feyenoord in de jaren negentig organiseerde, een rustig moment om een druk kind voor het eerst naar het voetballen mee te nemen.

Bij Feyenoord speelde die dag Froylan Ledezma mee, hét talent van Costa Rica, waar voorzitter Jorien van den Herik eerder die dag een auto van Ajacieden voor had moeten achtervolgen. In een Amsterdams hotel volgde vervolgens een scene die in een film niet zou volstaan, waarin Feyenoord Ledezma wegkaapte van Ajax. Een paar uur later stond hij op het veld van De Kuip. En weer wat later stapte hij in een taxi naar Amsterdam om er een contract te tekenen. Daarna belandde hij al snel in de vergetelheid.

Belangrijker was de man die dag keepte bij Feyenoord. Of jongen, eigenlijk. Hij zag er wat slungelig uit, had grote oren, maar kon goed keepen. Zijn naam was Ronald Graafland, keeper van de A1 en sinds 1996 in het bezit van een profcontract. Eerder dat jaar, we spreken inmiddels over 1997, had hij bijna bij de wedstrijdselectie gezeten van Feyenoord 1 voor de Champions League-wedstrijd tegen Chelsea, maar Ed de Goey herstelde op tijd en zo bleef Jerzy Dudek de reservekeeper.

Graafland bleef daarna Feyenoord trouw, maar keepte nooit een officiële wedstrijd. Tijdens het kampioensjaar 1999 was hij derde doelman, achter Dudek en Edwin Zoetebier. Op de poster uitgegeven vlak na het kampioenschap staat Graafland, nog net negentien jaar oud, mee te joelen, omringt door spelers als Patrick Allotey, God hebbe zijn ziel, en Bernard Schuiteman. Maar hij was erbij, mocht ook even de schaal omhoog houden. Later dat jaar stond hij ook met de schaal van de supercup in zijn handen, nadat Patrick Paauwe Feyenoord op magische wijze langs Ajax had geschoten.

Drie jaar later won Feyenoord de Uefa Cup, maar was hij nog steeds niet gedebuteerd. Achter Zoetebier, Henk Timmer en Carlo L’Ami was Graafland een jaar lang vierde keeper geweest, en mocht hij af en toe spelen in het tweede elftal. Maar zeuren deed hij niet, Graafland was er trots op voor Feyenoord te spelen en was blij uberhaupt nog te kunnen keepen, nadat hij in 2001 zwaar geblesseerd was geraakt en zelfs een tijdje in coma lag.

Via Excelsior belandde hij bij Vitesse en later Ajax, een vreemd avontuur dat opnieuw met de kampioenschaal eindigde. Daarna wachtte amateurclub Capelle. Tot Martin van Geel in de zomer van 2011 voor de deur stond: Feyenoords’ derde keeper Darley was geblesseerd, wilde Graafland misschien voor een jaartje terugkeren in De Kuip? En zo geschiedde. Eén jaar werden er drie en als Kostas Lamprou verhuurd wordt deze zomer zelfs vier.

Zaterdag speelde Graafland zijn eerste en vermoedelijk ook laatste wedstrijd voor Feyenoord 1, uit tegen AZ. Vijfentwintig jaar nadat hij voor het eerst het Feyenoord-shirt droeg, toen nog als tienjarig jochie met een droom over debuteren voor Feyenoord 1, debuteerde hij dan eindelijk. The child has grown, the dream is gone, bezongen de mannen van Pink Floyd ooit de vergankelijkheid in het leven. Maar voor de 35-jarige Ronald Graafland kwam zaterdag dan eindelijk zijn kinderdroom uit.

Deze column verscheen eerder op Feyenoordnet.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s