Gerard Werson, rood-witte verzetsstrijder

Gerard Werson was pas drieëntwintig toen hij op 11 augustus 1944 in Kamp Vught werd gefusilleerd. Gerard Martinus Reinier Werson, geboren en getogen in Vreewijk, leidde tijdens de Tweede Wereldoorlog een ondergrondse verzetsorganisatie. En hij was een Feyenoorder.

Feyenoord tijdens de Tweede Wereldoorlog

Het was ergens in januari toen ik in het Gemeentearchief van Rotterdam door stapels vol oude documenten van Feyenoord van tijdens de Tweede Wereldoorlog zwoegde. Ik had ze aangevraagd – maar het was meer dan ik had verwacht. Tientallen pagina’s bestuursnotulen, de dunne surrogaat-Feijenoorders; het wekelijkse cluborgaan dat na het publicatieverbod door de Duitse bezetter in 1940 het eigenlijke cluborgaan De Feijenoorder moest vervangen. Op flinterdunne vellen papier tikten administrateur Phida Wolff en redacteur Bertus Heesakker elke week korte verslagen van de wedstrijden van het eerste tot en met vierde elftal, totdat zij in 1944 allebei opgepakt werden door de Duitsers.

Dat er van tijdens de oorlog veel bewaard is gebleven, is niet alleen geweldig voor fetisjisten der Feyenoord-geschiedenis zoals ik, maar ook opmerkelijk. Toen de Duitsers stadion De Kuip na de inval bezetten, werd er volop geplunderd. Bekers, bokalen, geschenken van andere verenigingen – met de verwoestende kracht die de nazi’s op die veertiende mei al hadden laten zien met het bombardement werd nu het stadion leeggeroofd. De administratie werd gedwongen terug te keren naar het oude kantoortje aan de Dordsestraatweg, naast het veld aan de Kromme Zandweg.

Het was hard werken in dat kantoor. Officieel wegens papierschaarste werd clubblad De Feijenoorder al gauw verboden, waardoor Wolff en Heesakker de leden voortaan via een enkel a4’tje op de hoogte hield van de ontwikkelingen binnen de vereniging. Na de bevrijding geeft de club overigens in een intern document toe dat papierschaarste niet de werkelijke reden van het verschijningsverbod was, maar de weigering van het verenigingsbestuur, onder leiding van Cor Kieboom die in 1939 Leen van Zandvliet heeft opgevolgd, om akkoord te gaan met gelijkschakeling van de Nederlandse samenleving door de Duitse bezetter.

Sportief

Sportief komt Feyenoord de oorlog redelijk door. Het pragmatisme van Kieboom en kornuiten voorkomt dat de club ver terugvalt, hoewel het na de oorlog jaren duurt voordat het veldspel zich enigszins kan meten met de klasse van het grote Feyenoord van de jaren dertig. In 1940 wordt de club landskampioen en ook in 1943 wordt deelgenomen aan de competitie om het landskampioenschap. Omdat het stadion op Varkenoord door de Duitsers is bezet en het veld aan de Kromme Zandweg vol staat met palen, geplaatst door de Duitsers om een grootschalige landing vanuit de lucht van de geallieerden te bemoeilijken (de palen worden er overigens voor veel wedstrijden door ijverige clubleden weer uitgehaald) en ook Sparta’s Het Kasteel, waar de thuiswedstrijden in de competitie in 1940 gespeeld werden, niet beschikbaar zijn, wordt er uitgeweken naar Amsterdam. In Ajax-stadion De Meer speelt Feyenoord een thuiswedstrijd tegen SC Heerenveen (2-1 winst), wat later is het Olympisch Stadion de thuisbasis voor de wedstrijd tegen ADO Den Haag (1-3 verlies), dat in die jaren het landelijk voetbal domineert en zowel in 1942 als 1943 landskampioen wordt.

Daarna wordt alles minder. Het gouden Feyenoord van de jaren dertig is definitief historie. Sommige spelers van die tijd zijn gestopt, zoals Puck van Heel, die zich vlak voor de oorlog laat afkeuren aan zijn knie om aan de mobilisatie te ontkomen, anderen zijn ondergedoken, of ter werk gesteld in Duitsland, zoals aanvoerder Bas Paauwe, waar sommigen ook nog voetballen in Duitse elftallen – zij worden na de oorlog, ondanks toestemming van de club om te voetballen, berispt door het bestuur. De vereniging blijft leven, maar met moeite. De zwaar getroffen stad heeft ook een getroffen voetbalclub.

01-1940hs12

Gerard Werson

Gerardus Martinus Reinier Werson, vernoemd naar zijn opa, maakt het allemaal van dichtbij mee. Geboren in 1921 in Rotterdam-Zuid, meldt hij zich in 1934 op dertienjarige leeftijd aan als aspirant-lid. Zoveel jongens van Zuid doen dat. Ze bewandelen hetzelfde pad als Puck van Heel eind jaren tien deed, toen hij van zijn ouders eindelijk lid mocht worden en zich naar het kantoortje aan de Dordsestraatweg begaf om zich aan te melden. Van Heel is in 1934 uitgegroeid tot speler van nationale allure. Als eerste voetballer van een arbeidersclub wordt hij in dat jaar aanvoerder van het Nederlands elftal, een revolutie in het doorgaans zo gematigde Nederland. Hij is een wereldster in eigen buurt. Drie jaar later, op 1 augustus 1937, wordt Gerard junior-lid.

Hij is nog junior als hij in maart 1940 wordt toegevoegd aan de ‘overgangsploeg’. Dat team is een soort Jong Feyenoord, waarin talentvolle spelers voetballen, vaak doorgestroomd uit de hoogste juniorenelftallen. Voor de minder begaafde voetballers heeft de vereniging nog zo’n vijftien seniorenelftallen, maar Werson valt op. In welke juniorenteams hij voetbalde is helaas niet terug te vinden; hoe gedetailleerd cluborgaan De Feijenoorder soms ook was (tot aan verslagen van stapavonden en gesloopte hotelkamers in Groningen door eerste elftalspelers aan toe), van de jeugd worden geen teamindelingen gepubliceerd. Maar vermoedelijk was het een hoog team, want de overgangsploeg is alleen voor talenten bestemd.

Clubjongen

Behalve voetballen kan Gerard ook schaken. Ook schaatst hij graag. In beide sporten blinkt hij uit tijdens de evenementen die de vereniging organiseert. In dezelfde maand als hij doorgeschoven wordt naar het beloftenelftal schaatst hij met onder meer (oud-) eerste elftalspelers Eef van Walsum, Adri van Male, Arie Paauwe, Henny Kroon en bestuurslid Cees Prins om de eer van de vereniging tijdens de kortebaanwedstrijden. Ene J.G.J. Van Heyzen wint, de jonge Gerard wordt zesde. Twee jaar eerder heeft hij het schaaktoernooi van de vereniging al gewonnen.

Een echte clubjongen, dat is hij. Samen met zijn zeven jaar jongere broer Reinier gaat hij de clubavonden af, voetbalt hij op de velden aan de Kromme Zandweg, waar de jeugd tot 1949 blijft voetballen, en bezoekt hij ongetwijfeld ook de wedstrijden van het eerste elftal, vanaf 1937 in dat grootse stadion in de Varkenoordsepolder, De Kuip. Tussendoor studeert hij, aan de Technische Hogeschool in Delft.

In het verzet

Maar dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit.

Gerard lijkt na het bombardement en de oorlog die volgt te stoppen met voetballen. Na maart 1940 komt hij niet meer voor in de teamindelingen, ook niet in het “keurkorps”, het eerste elftal dat een logische volgende stap is voor spelers van de overgangsploeg. Duidelijk is dat hij zich ergens in 1943 aansluit bij het verzet, voor zover bekend als enige Feyenoord-lid. Vanuit zijn ouderlijk huis aan de Langegeer 190 verspreidt hij nieuwsberichten, eerst in kleine oplage, later zo’n 3500 per avond. En hij helpt onderduikers met distributiepapieren en illegale werkers aan valse papieren. Totdat op een avond het magazijn van zijn vader bestormd wordt door Duitse soldaten. Gerard ontkomt, maar zijn vader en bediende Frits worden gearresteerd en gedeporteerd naar Kamp Vught.

In korte tijd bouwt Gerard een nieuwe ondergrondse verzetsorganisatie op. Hij brengt zelfs een eigen blad uit: vanaf april 1944 het Nieuwsblad van het Vrije Nederland genaamd. Ergens in juni van dat jaar wordt hij echter alsnog opgepakt en gedeporteerd naar Kamp Vught. Daar wordt hij op 11 augustus 1944, drieëntwintig jaar oud nog maar, doodgeschoten. Zijn vader is hem dan al voorgegaan.

VrijeVolk_25071945

Gerard Werson is, voor zover ik heb kunnen vinden, het enige Feyenoord-lid dat actief deelnam aan het verzet en daar zelfs een leidende rol in speelde. Hij was niet het enige verenigingslid dat opgepakt en gedeporteerd werd. Ook clubiconen als Jan Petterson, buitenspeler in de jaren tien en twintig, en Phida Wolff en Bertus Heesakker, die de organisatie van de vereniging proberen in leven te houden, worden opgepakt. Petterson en Wolff komen elkaar ergens eind 1944, begin 1945 nog tegen in een Duits kamp – een surrealistische ontmoeting waarbij een hoog hek de twee sportvrienden scheidde.

Maar Gerard Werson, de talentvolle voetballer, verruilde de bal voor de illegaliteit, het voetbalveld voor de kelder en de dag voor de nacht. Hij deed wat maar weinig Nederlanders durfden: een actieve rol spelen in het verzet tegen de Duitse bezetter. Zijn strijd voor onze vrijheid bekocht hij met het hoogste offer. In augustus 1945, in de eerste naoorlogse De Feijenoorder, wordt nog in één zin aandacht besteed aan zijn korte leven en te vroege dood, maar sindsdien lijkt hij vergeten. Al bijna 70 jaar lang.

Geen gedenksteen, geen tegel of plaquette – Gerard Werson lijkt een vergeten verzetsstrijder te zijn. Onterecht. Want hij was de enige rood-witte verzetsheld, ónze verzetsstrijder.

Mij is grote dank verschuldigd aan Peggy Calicher, algemeen manager van Sportclub Feyenoord, en Henk van der Stoep, de archivaris van Sportclub Feyenoord, die dagenlang zijn archieven doorzocht naar stukken over Werson. Zonder hen was dit artikel niet mogelijk geweest. 

Beeld: archief Jan de Knecht (foto 1), eigen archief

(nb: dit artikel verscheen in de mei-uitgave van Hand in Hand, een uitgave van de Feyenoord Supporters Vereniging)

Advertisements

3 gedachtes over “Gerard Werson, rood-witte verzetsstrijder

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s