Rodney Kongolo en de losers van de globalisering

Rodney Kongolo, zestien jaar pas, vertrekt van de B-jeugd van Feyenoord naar Manchester City. Dat is heel vervelend voor Feyenoord, Rodney kan heerlijk voetballen en heeft een geweldig fysiek, maar toont ook vooral iets diepers aan: we zijn de losers van de globalisering.

Op internet las ik her en der reacties die het vertrek van Kongolo toeschuiven aan Martin van Geel. Dat is veel te makkelijk. Hoe kan een technisch directeur, die hem ongetwijfeld een toekomstperspectief in het eerste elftal binnen twee a drie jaar, want zo’n talent is hij, heeft voorgelegd maar een lege portemonnee heeft, concurreren met Patrick Viera, het hoofd van de academie van Manchester City? Viera kan Kongolo een prachtig jeugdcomplex laten zien, met schitterende voetbalvelden, hypermoderne performancecentra, de beste medische faciliteiten en, niet onbelangrijk, een salaris waarmee de zestienjarige zich in een paar weken financieel onafhankelijk van z’n ouders speelt.

Betekent dit dat de opleiding van Feyenoord niet deugt?

Nee, natuurlijk niet. Ook de komende jaren zullen er talenten doorstromen van Varkenoord naar De Kuip. Kijk naar de B1, met die geweldige centrale verdedigers Rick van der Meer en Calvin Verdonk, en spits Jari Schuurman. Of naar de C1, waar Joël Piroe (die Feyenoord kocht van NEC), elke week hattricks maakt. Voor Nederlandse begrippen doen we het geweldig. Vier keer op rij de beste jeugdopleiding; dat lukte nog nooit een club. Productiever dan het zo befaamde Ajax van de jaren negentig. Afgelopen zondag stonden er liefst zeven producten van Varkenoord in de basis.

Maar we verliezen de race op internationaal niveau. Het is als de globalisering van de economie: sinds de jaren tachtig is welvaart in de wereld enorm gegroeid, maar vooral in handen gekomen van een superkleine maar superrijke globale elite, met triljarden dollars aan vermogen – vaak ver weg van belastingen veiliggesteld in belastingparadijzen. Oxfam berekende recent dat de 85 rijkste individuen samen even rijk zijn als de armste helft van de wereldbevolking. Een kleine toplaag, een, in het westen althans, krimpende middenklasse, en dan de geproletariseerde rest van de wereld. De losers van de globalisering worden ze in de sociale wetenschappen wel genoemd: hen die de race van dalende lonen, afgebroken sociale stelsels en ‘liberaliseringen’ (letterlijk: vrijmakingen – is dat het echt?) hebben verloren.

Is dit niet hoe het voetbal er anno 2014 ook uitziet? Er is een kleine groep superrijke clubs, vaak onder leiding van leden van de globale elite, uit Rusland, Amerika of Qatar. Manchester City, Chelsea, Paris Saint Germain – dat niveau. Voor tientallen miljoenen kunnen ze investeren in onvoorstelbaar mooie jeugdcomplexen en halen ze tientallen talenten van over de hele wereld in de hoop de nieuwe Messi (of Van Hanegem) te vinden. Ze hebben de faciliteiten en de financiële mogelijkheden om elk jaar tien Rodney Kongolo’s uit Nederland, België, Frankrijk en waar wel niet te contracteren – en dat doen ze ook.

Tegenover die clubs, een kleine maar superrijke en machtige groep, staan de losers van de globalisering en een kleine middenklasse.Dat zijn de wazige clubs uit Rusland en Oekraïne, die wel het geld hebben om spelers te kopen en daardoor internationaal mee te doen, maar niet om echt tot de top te behoren. De verliezers zijn de oude clubs, met lange tradities in de lokale en nationale cultuur, die ooit, toen het internationale voetbal net als onze samenlevingen nog redelijk egalitair was, succesvol konden zijn omdat de verschillen tussen rijk, iets minder rijk en arm niet zo groot waren. Toen Feyenoord of Steaua Boekarest nog de Europa Cup I konden winnen, simpelweg omdat het dezelfde toegang tot essentiële middelen voor dat succes had als clubs uit Engeland of Spanje.

Die tijd is lang voorbij. Voetbal is, ook sinds 2002, enorm veranderd. Net als de rest van de wereld. Een kleine superrijke elite die zich veel kan verloven – ook een geflopt toptalent – staat tegenover de rest van de wereld. Feyenoord verliest die concurrentie, niet omdat we niet goed ons best doen, in tegendeel, nationaal doen ze het met jeugd geweldig, hoewel de faciliteiten zeer matig zijn, maar omdat die top zo supermachtig en – rijk is. Het lijkt een hopeloze situatie. Op nationaal niveau kunnen we misschien best goed meedoen, en roven we ondertussen ook de grootste talenten weg bij de kleinere clubs – en incidenteel misschien een talentje uit Zweden of Polen. Maar internationaal lijkt de race gelopen. We zijn de losers van de globalisering. Enige troost: we zijn dat met tientallen, honderden, andere clubs.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s