Puck van Heel wilde niet vergeten worden

Puck van Heel was de grootste vooroorlogse voetballer van Feyenoord. Een technische linkermiddenvelder, die voor een culturele revolutie zorgde toen hij als voetballer van arbeidersclub Feyenoord in 1932 aanvoerder werd van het nationale elftal. Acht jaar later neemt hij afscheid. “Ik hoop dat jullie me niet vergeten”, zijn de laatste woorden van Van Heel als eerste elftalspeler.

Het verhaal van Gerardus Henricus van Heel is het verhaal van Feyenoord. Zijn vader verhuisde eind negentiende eeuw van Loon op Zand naar Rotterdam, in de hoop daar wel werk te vinden. Hij is niet alleen. Al snel wordt de Linker Maasoever onder Rotterdammers de ‘boerezij’ genoemd. Bonifatius zou nog veiliger zijn geweest in Dokkum dan daar op Zuid, wordt er wel gezegd. In 1904 wordt Puck, vanwege zijn geringe lengte tijdens zijn jeugdjaren zo genoemd, geboren. Op die ‘boerezij’ richten op 19 juli 1908 wat jongens een voetbalclub op.

Wat zo mooi is aan het verhaal van Puck van Heel, is dat het de emancipatie van Feyenoord in de nationale voetbal goed illustreert. Nadat hij zich in 1919 aanmeld als lid van de club, in het kantoortje aan de Dordtsestraatweg, gaat het snel. Eerst even de junioren, en daarna via het zesde, vierde, derde en het tweede naar het eerste. Tijdens de wedstrijd om het landskampioenschap in 1924 tegen SC Enschede debuteert hij. Feyenoord wint met 0-2. Twee goals van kleine Puck.

Het zijn de jaren dat herenclubs als Sparta, HFC en HBS hun verzet tegen toetreding van arbeidersclubs hebben moeten opgeven. In 1916 wordt de eerste klasse b opgericht, in de volksmond de ‘Margarineklasse’ genoemd, om clubs uit arbeiderswijken te weren uit de eliteklasse, de eerste klasse a. Drie jaar later wordt het een ‘overgangsklasse’. In 1921 is Feyenoord uiteindelijk de eerste arbeidersclub die promoveert naar de échte eerste klasse.

De scheiding tussen arbeiders en heren houdt nog wel even aan. Wat was Feyenoord-midvoor Kees Pijl boos toen Oranje-collega’s van studentenclub Be Quick Groningen hem tijdens de Olympische Spelen in Parijs in 1924 vroegen of ‘Kees met de pet soms ook kan bridgen’. Woest stormde Pijl naar het station, terug naar Rotterdam. Op het perron kon bondstrainer Bill Towley hem uiteindelijk overtuigen te blijven – de dag daarna scoorde hij vier keer tegen Roemenië.

Ook Puck van Heel heeft last van de elitevoetballers, maar hij zorgt voor een culturele revolutie als hij in 1932 benoemd wordt tot aanvoerder van het Nederlandse elftal. Hij is dan al jarenlang de kapitein van Feyenoord en één van de belangrijkste spelers in de grote successen die de club vanaf halverwege de jaren twintig boekt. Dat arbeidersvoetballer Van Heel aanvoerder wordt van het nationale elftal, tot voor kort een select gezelschap van voetballers van de herenclubs, die eigenlijk geen arbeiders tussen zich wensen, is een belangrijke omslag. Voortaan zijn óók arbeiders volwaardig lid van Oranje.

Het is niet alleen symbolisch voor de emancipatie van de arbeidersklasse an sich, maar ook voor de emancipatie van Feyenoord in de top van het Nederlandse voetbal vanaf halverwege de jaren twintig. Na het eerste landskampioenschap in 1924 groeit de club in korte tijd uit tot een van de beste en succesvolste teams van het land. Ineens vinden de arbeidersvoetballers zich terug tussen de voetbalelite van het land.

In mei 1940, amper twee weken voor het bombardement, neemt Puck van Heel met een feestelijke avond afscheid van het eerste elftal. Hij heeft zich een jaar eerder af laten keuren aan zijn knie, waar hij een chronische blessure aan heeft, om aan de mobilisatieoproep geen gehoor te hoeven geven. Na door een als Koning Voetbal verkleed clublid vriendelijk toegesproken te zijn, krijgt de recordinternational (hij blijft dat tot eind jaren zeventig) het woord. “Ik hoop dat jullie me niet vergeten”, eindigt hij.

Gistermiddag reed ik met de trein langs De Kuip. Aan de zijkant van de klantenservice hangt een groot spandoek. “Vizier op de toekomst, respect voor het verleden”, staat erop. Met een grote foto van Puck van Heel.

We zijn Puck van Heel gelukkig niet vergeten.

Deze column verscheen eerder op Feyenoordnet.nl

Advertisements

Een gedachte over “Puck van Heel wilde niet vergeten worden

  1. Heerlijk dit artikel te kunnen lezen.
    Puck van Heel was mijn oom, een broer van mijn moeder.
    Gelukkig is hij inderdaad niet vergeten, anders had men nooit een straat naar hem vernoemd en een zaal in het KNVB-gebouw.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s