In de tram met Henk Schouten

Henk Schouten is één van de beste spelers die ooit voor Feyenoord heeft gespeeld. Hij was linksbinnen en stond jarenlang in dienst van Coen Moulijn, hoewel die beschrijving zijn spel misschien te weinig eer aan doet. Tegen De Volewijckers scoorde hij eens negen maal. In één wedstrijd. Dat is nog steeds een record. Een paar maanden terug zat ik met hem in de tram.

Het was 24 februari, Feyenoord had net van PSV gewonnen en langzaam, met gepaste Rotterdamse bescheidenheid, ging er een kampioenskoorts heersen op Zuid. Dat bleek uiteindelijk allemaal onzin, maar het was leuk voor even. Na die wedstrijd zat ik met twee zware tassen, eentje met studieboeken en de andere met schone was, na een weekend bij m’n ouders geweest te zijn, in de tram. Om de drukte voor te zijn was ik op de Noorderhelling ingestapt, de tram was toen nog vrijwel leeg.

Dat veranderde bij de halte tegenover het stadion. Een enorme horde mensen perste zich naar binnen. M’n tassen nam ik op schoot. Toen gebeurde het. Henk Schouten, de linksbinnen die samen met Coen Moulijn en Cor van der Gijp, nog steeds ongeëvenaard als clubtopscorer in de Eredivisie van Feyenoord, één van de beste voorhoedes van Feyenoord vormde, kwam naast me zitten. Dé Henk Schouten, de man die ik kende van wat zwart-witte videobeelden en als boezemvriend van Coen Moulijn. Inmiddels meer dan tachtig jaar oud en wat minder snel, maar nog steeds elke twee weken in De Kuip. In een business-unit, waar Coen Moulijn tot zijn veel te vroege dood in 2011 altijd op een kruk voor het raam zat, en waar spelers als Guus Haak, Eddy PG, Van der Gijp en Schouten nog steeds te vinden zijn. Ze vormen een unieke generatie van voetballers die Feyenoord naar voor die tijd ongekende Europese hoogte bracht en daarna vrienden bleven. Al meer dan vijftig jaar lang.

Maar wat nu zeg je tegen zo’n groot voetballer, als hij naast je komt te zitten in de tram? Waar begin je over? Over dat je die ene opmerking die hij ooit tegen teamleider Cees Buitendijk, een volgens de overlevering nogal gezette man van zeker honderddertig kilo, maakte, toen Schouten te laat kwam voor de wedstrijdbespreking, naar de toilet liep, Buitendijk boos werd en Schouten zich liet ontvallen dat Buitendijk toch al zeker tien jaar niet gepoept moest hebben, erg grappig vond? Of dat ik  die keer dat hij, om trainer Franz Fuchs en Moulijn, allebei als de dood voor vliegtuigen, wilde laten schrikken door een brandende lucifer onder hun stoelen te gooien, maar het hele doos vlam vatte en het vliegtuig vol rook kwam te staan, een mooi staaltje voetbalhumor vind?

Ik vroeg maar gewoon of hij inderdaad Henk Schouten was – en dat was hij. We praatten vervolgens een kwartier lang over dat fijne Feyenoord van ons, dat zoveel mooie momenten en minstens zo vaak teleurstellingen, behelst. Over Jean Paul Boëtius, één van de uitblinkers, hoewel ik niet durfde te vragen of de linksbuiten van Feyenoord Schouten aan Moulijn deed denken. Over een kampioenschap, en dat het allemaal nogal prematuur was maar dat we er allebei enorm naar verlangden.

Op de Coolsingel, oh symboliek, stapte Schouten uit. Nog even met de metro, en dan zou hij thuis zijn. De rug wat krommer dan vroeger, en minder snel dan toen hij linksbinnen was. Even waande ik me vijftig jaar terug en zag Moulijn linksbuiten en Van der Gijp in de spits naast hem lopen. Nu liep hij alleen, over de Coolsingel, onze Coolsingel. Niemand in de tram zal het door gehad hebben, maar even was ik weer dat driejarige jongetje dat voor het eerst met z’n grote idool, Julio Ricardo Cruz, op de foto was geweest.

Deze column verscheen eerder op Feyenoordnet.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s