Phida Wolff en de dode Spartaan

Phida Wolff was een groot Feyenoorder maar voetballen kon hij niet. Schrijven, dichten, met geld rekenen, wedstrijden organiseren, speeches houden, bijvallen als bestuurslid; Wolff kon dat allemaal beter. De geboren Amsterdammer (!) schreef dikke boeken over hoe het Feyenoord verging, met lange anekdotes die enige vorm van autobiografie niet missen. Eén gedicht van Wolff deed nogal wat reuring veroorzaken.

Dichten deed Wolff vaak. Club De Feijenoorder bevatte regelmatig lange stukken proza van Feyenoord’s administrateur, en ook in zijn boeken, zoals zijn magnum opus Geen woorden maar daden, een dikke geschiedschrijving van de club, staan vele gedichten. Over spelers (‘Coentje, die nog populairder dan de beste Beatle was’), het stadion en wedstrijden. Op 2 juni 1956, in het heetst van de strijd tussen Sparta en Feyenoord die oploopt tot een bestuurlijke ruzie na de overgang van Tinus Bosselaar van Spangen naar Zuid, publiceert Wolff het volgende gedicht in het cluborgaan. Dat zorgt voor nogal wat reuring. Boze Spartanen bellen hem op, maar de clubleiding van Sparta ziet er de humor wel voor in en besluit het gedicht over te nemen in haar clubblad De Spartaan.

Foto: Lunatic News 

Laatste wil

Het liep af met opa Bakker,

wat je in zijn ogen las,

zodat ’t voorland van de stakker

weldra het Hiernamaals was.

Kreunend lag hij op zijn sponde,

op de eens zo sterke beer

keken in die laatste stonde

bijkans tachtig jaren neer.

Opa lag naar lucht te hijgen

en een vrind, die bij hem zat,

kon niet anders doen dan zwijgen

wijl zij zo’n compassie had

met het vreselijke lijden

van de oude, doch vroeg toen

of hij voor de haast verscheiden

makker soms nog iets kon doen.

Ja, zei opa, hees van fluister,

steeds was ‘k lid van Feyenoord,

en hij mompelde in ’t duister:

Da’s een kluppie, op m’n woord,

maar ik zou zo gaarne willen

dat ik vóór mijn eind begon,

en zijn hand begon te trillen,

lid van Sparta worden kon.

Lid van Sparta, vroeg de ander,

jaren zelf al Spartapiet,

hoe boks ik dát voor mekander,

opa, vast, dat lukt me niet.

Doe je best en doe het spoedig,

gromde opa, liefst meteen

Goed dan, zei de vrind manmoedig,

nu, dan ik ga maar meteen.

Toen hij opa wou verlaten

om zijn vrindenplicht te doen

vroeg hij, min of meer gelaten:

waarom moe’k dat voor je doen?

Och, zei opa onverstoorder

dan je ooit nog denken kan,

liever dan een Feyenoorder

zie ‘k een dooie Spartaan…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s