Het begon allemaal in een koffiehuis

Het is een zondagmiddag, 19 juli 1908. Die middag spelen jongens voetbal voor de Wilhelminakerk in de Oranjeboomstraat, in het Rotterdamse Feijenoord, zoals ze dat eigenlijk altijd doen. Kees van Baaren, Gerard van Leerdam, Henk Mulder en Nico Struijs heten ze. Jongens van Zuid, van Feijenoord, van de Linker Maasoever. Het is in die jaren zwaar in Rotterdam. Een sobere stad, met lange werkdagen en zware lichamelijke arbeid en amper ontspanning, die voor velen zelden in verenigingsverband wordt gevonden, maar op straat. Maar Feyenoord gloort.

Want die middag, na het voetballen, besluiten de vier jongens in koffiehuis ‘De Vereeniging’, op de hoek van de Persoonshaven in datzelfde Feijenoord, een voetbalclub op te richten die luistert naar de naam Wilhelmina, naar de kerk waar voor de deur zo vaak gevoetbald wordt, maar ook als eerbetoon aan de koningin. “We moeten een club oprichten!”, roept één van de jongens, terwijl ze zich met een pot Oranjeboom bier naar de pooltafel begeven.

En zo geschiedde.

Jongens uit de buurt worden direct betrokken, en een eerste vergadering wordt belegd, waarbij een bestuur wordt gekozen met als voorzitter Gerard van Leerdam, secretaris J. van Bladel, penningmeester Nico Struijss en commissarissen Kees van Baaren en Henk Mulder. Voetbalclub Wilhelmina is een feit, 19 juli 1908 gaat de boeken in als de dag van oprichting van wat later uit zal groeien tot dé club van Rotterdam en Nederland.

Daar zullen Van Leerdam, Van Baaren, Mulder en Struijs op dat moment niet aan denken. Van nationaal voetbal is amper sprake in het Nederland van de jaren tien van de twintigste eeuw, laat staan van een professionele vorm van bedrijving van de sport. In Rotterdam spelen buurtteams tegen elkaar. De oprichting van Wilhelmina, dat besluit te gaan spelen in rode shirts met blauwe mouwen en witte broek, gelijk de iconische kleurcombinatie van het Engelse West Ham United, is wat dat betreft amper bijzonder te noemen: al eerder had Feijenoord haar eigen voetbalteams, zoals de FC en VV Feyenoord, dat eind negentiende eeuw haar wedstrijden speelt in de arbeiderswijk. Maar waar veel van die andere Rotterdamse buurtclubs, zoals ook FC en VV Feyenoord, even snel verdwijnen als ze ontstonden en al snel vergeten zijn, blijft Wilhelmina.

Zeer belangrijk voor de ontwikkeling en ja, zelfs de oprichting an sich van Wilhelmina, is de welvaart die vader Van Baaren heeft verworven met zijn timmerbedrijfje, een begrip in Feijenoord. Hij koopt een echte bal, waarmee een eind komt aan het voetballen met een bal van samengeperste oude kranten, en timmert de doelen voor Wilhelmina, dat gaat spelen aan de Put, een opgespoten terrein tussen het Afrikaanderplein en de Hilledijk. De eerste wedstrijd die de club speelt is tegen Be Quick, uit de Bospolder, ook al zo’n Rotterdams buurtelftal. Er wordt met 2-1 gewonnen, omgekleed wordt er in de achterkamer van snoepwinkel De Kleine Concurrent aan de Paul Krugerstraat, en met het hobbelige veld is het wat behelpen, maar de eerste wedstrijd van de club die honderdvijf jaar later honderdduizenden, zo niet miljoenen harten sneller laat kloppen, is een feit.

Behelpen blijft een kernwoord in de prille jeugd van de club van Feijenoord. Regelmatig zijn er te weinig spelers om een elftal te opstellen, waardoor al na één jaar wordt besloten tot fusie met Volharding. HFC, Hillesluis-Feijenoord Combinatie is een feit. Al snel echter moet een nieuwe naam verzonnen wordt, want bij inschrijving bij de Rotterdamse voetbalbond blijkt er in Haarlem al een HFC te voetballen. En zo ontstaat in 1909 Celeritas, dat dan ook voor het eerst deel gaat nemen aan competitievoetbal, waarna in 1912 dan uiteindelijk Feijenoord de naam van de club van Gerard, Nico, Kees en Henk wordt. Honderdvijf jaar later speelt de club met speciaal voor topvoetbal ontwikkelde ballen, in een groots stadion met enorme aanhang. De doelpalen zijn al lang niet meer van hout, en de houten banken van dat achterkamertje aan de Paul Krugerstraat zijn omgewisseld voor stoelen met leren bekleding in de kleedkamer van De Kuip. Rotterdam is nog steeds een havenstad van hard werken, maar wel wat minder sober. En Feyenoord is er ook nog steeds. Voor altijd.

NB: voor de echte feitenfetisjisten zoals ik, dit zijn de elf spelers die Wilhelmina’s eerste wedstrijd spelen: Kees van Baaren, Barend Noorland, Albert Edsen, Gerard van Leerdam, Piet Broeijer, Arie van Krimpen, Nico Struijs, Gerard Muller, Jan van Ouwerkerk, Piet van Bennekum en Mees Weber (de oom van Jaap Weber, die hem opvolgde als linksbuiten van Feijenoord en later zelfs nog voorzitter wordt. Opmerkelijk is dat ze allebei na Feijenoord voor het rood en wit van herenclub Sparta kiezen. In die tijd was de rivaliteit tussen beide clubs zeer groot.)

NB2: In zijn Gedenkboek Feijenoord 1908 – 1933 schrijft clubhistoricus L.A. Heesakker dat de club werd opgericht in Cafe de Keijzer, in Feijenoord, en niet in de Vereeniging. Het adresboek van Rotterdam in 1908 geeft hem ongelijk: op het adres zat daadwerkelijk de Vereeniging gevestigd, die overigens uitgebuit werd door ene dhr. de Keijzer. 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s